Dit is de zogenaamde mooie kamer van het huis met bedsteewand, plavuizenvloer en schouw, ingericht in de stijl van omstreeks 1900. Doordat er maar betrekkelijk weinig buitenlicht naar binnen kan komen, is het een donkere kamer die alleen op de zondag, bij gelegenheden en bij ziekte werd gebruikt. Door het ruitje in de bedstee kon het doen en laten in de winkel dan als afleiding (en controle) worden gevolgd. Tussen de twee bedsteden is een middenkast, van oudsher de servieskast. De kast is naar de mode van die tijd van binnen zwart geschilderd.
De 18e eeuwse schouw is in de 19e eeuw aangebracht en vervangt een veel grotere schouw van ver daarvoor. Naast de schouw hebben de vrijwilligers bij de restauratie een tweetal oude aspotten gevonden, waarvan de oudste, die vrijwel geheel uit elkaar gevallen was, dateert uit de 15e eeuw. De linkerkant van de schouw is van gemarmerd hout met een kastje om de sigaren droog te houden.
Ook de console, als steun onder een moerbint, aangetroffen in de bedstee, wordt gedateerd omstreeks 1500. De console is bewust zo gelaten om een indruk te geven van de staat waarin de kamer verkeerde voor de restauratie.




