In de bijkeuken werd de was gedaan. Dat blijkt uit de verschillende wasstampers, het wasbord en de wasbok met wringer. Op de bok kwamen daarvoor twee teilen te staan: één met sop (op het fornuis in ketels opgewarmd) en een teil waarin het door de wringer gehaalde wasgoed werd opgevangen.
De vochtige was werd aan de waslijn of aan een houten droogrek opgehangen om te drogen. Het witgoed werd op de bleek, een grasveldje in de tuin, gelegd om te bleken. De was doen betekende hard werken. Voor het losmaken van het vuil werd een wasstamper eerst gevuld met stukjes geschaafde harde zeep en daarna werd daarmee de was gestampt. In veel gezinnen moesten de kinderen op wasdag veelal een 100 tot 150 keer de was stampen voor het naar schoolgaan.
Het secreet
Toen het dorp omstreeks 1935 op de waterleiding werd aangesloten, kwam in de bijkeuken een heuse toiletpot met waterspoeling. Tot die tijd werd het buitentoilet, het secreet of de plee, gebruikt met een afvoer boven een beerput of een ton die dan om de week werd opgehaald en geleegd. Toiletpapier van tegenwoordig was er in die tijd nog niet. Er werden toen netjes in stukken gescheurde kranten voor gebruikt. De voormalige plee is, gerestaureerd en buiten gebruik, in de tuin onder het afdak nog aanwezig.




